'Iemand schijnt eens te hebben gezegd dat de poezie
van Van Geel onmenselijk is omdat er geen mensen in voorkomen.
Men moet wel verblind zijn door humanitaire sentimentali-teit
om niet in te kunnen zien dat wat Van Geel van
de mensen en daarmee van zichzelf vermeldenswaard acht in de
bomen en struiken, vogels en insekten van zijn gedichten te vinden is.
De ik-figuur van dit werk is een scherp waarnemer en een bezield
registrator van de allesoverheersende regel-maat van de seizoenen,
maar hij ervaart zichzelf daarin als een voorbijgaand verschijnsel.
Deze gedichten zijn tegenstanders van grootspraak en,
zo fantastisch als zij zijn, richten zij zich tegen aIle vormen van zinsbegoocheling
zonder zich over het vermogen om ons aan zinsbegoocheling te
onttrekken veel illusies te maken. Integendeel, zij profiteren
ervan met grote deskundigheid. Zeldzame kombinatie van
helderheid en verbeeldingskracht brengt hier een poezie
voort waarin men zich gemakkelijk kan vergissen.
Van Geel is geen voorvechter, hij is ook geen beruster, zijn protest
verwerkelijkt zich niet als verbaal straatgevecht en het is in de
eerste plaats tegen zichzelfgericht. Het is, als ieder protest,
een ontkenning, maar in zijn beste werk veroorzaakt de
ontkenning bij hem geen verwarring en frustratie, maar een
niet anders dan uniek te noemen helderheid, waarin
gekompliceerde gevoelens worden geresumeerd
in een ogenschijnlijk eenvoudige tekst.'
Chr. J. van Geel
'Vluchtige verhuizing'
Gedichten
Uitgeverij Athenaeum-Polak &Van Gennep/P.B./Gelijmd/1e druk/1976
49 blz./Enigzins verkleurd/fraai exemplaar
naam + opdracht op schutblad.
Prijs: 7,50 euro